HERSENSPINCELS 2: GEVALLEN ACHTERHOOFD

HERSENSPINCELS 2: GEVALLEN ACHTERHOOFD
HERSENSPINCELS 2: GEVALLEN ACHTERHOOFD

vrijdag 25 maart 2011

LUISTEREN, KIJKEN EN STIL ZIJN

In het Nederlandsch hebben we werkwoorden die met elkaar te maken hebben, maar qua betekenis ver uit elkaar kunnen liggen. Het inhoudelijke verschil kan voor verwarring zorgen. Met name bij mensen die zelf niet door hebben wat ze aan het doen zijn.

Kijken en zien. Kijken kunnen we allemaal, het sluit echter niet per definitie uit of we het zien of niet. Als je het ziet, ben je per definitie aan het kijken zou je zeggen. Behalve als je het in ziet, of voor je ziet, dat kun je met je ogen dicht dus kijk je niet altijd.

Luisteren en horen. Ik hoor wat! Dan luister je, alleen kun je nog niet vast stellen wat het is. Je kunt dingen horen, die inhoudelijk geheel aan je voorbij gaan, dan luister je niet. Als ik aandachtig luister, dan hoor ik het ook. Met uitzondering van de dingen die dan te zacht klinken. Dat luistert zo nauw, dat ik nog zo goed kan luisteren, ik hoor het niet goed.

Ik zwijg, zegt dat dan dat ik niks zeg met non-verbale communicatie? En als ik stil ben? Door stil te zijn kun je veel uitdrukken.

Horen zien en zwijgen? Een mooie uitdrukking (en op vele schoorsteenmantels een leuk beeldje) waar je in verdwaald kan raken als je over de betekenis van die woorden na gaat denken. Is taal absoluut?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten